Asperge-geschiedenis en verhalen

De beroemde veldheer Lucullus, naar wie het lukullische genieten werd genoemd, waardeerde de asperge al. Helaas kan men niet meer nagaan om welke variant van de asperge het ging. Vermoedelijk is het een witte asperge met een violette kopje geweest. Hij zou gezegd hebben: "Alleen hij is een meester in de kookkunst, die het lukt, volmaakte asperge zonder andere ingrediënten op te dienen!"

Daardoor staat vast, dat de oude Romeinen de asperge al gekend moeten hebben. Plinius de Oudere noemde hem "streling voor de tong".

In het oude Rome was de asperge een geliefd bijgerecht bij visgerechten. Daarom, omdat hij zo zacht is, past hij zo goed bij het zachte vlees van vis.

Met de verovering van Gallië door de Romeinen (heel Gallië?) kwam ook de asperge in het land van de fijnproevers. De Franse asperge is van een uitstekende kwaliteit, maar niet persé de smaak van de Duitsers: hij is een vleugje bitter en krachtiger.

Ook in de Middeleeuwen werd de asperge gewaardeerd. Zeker in de rijkere kloosters was het een geliefde spijs. In de kloosters kwam hij echter als geneeskundige plant! In de kruidenboeken is hij in ieder geval als geneesmiddel genoemd.

Laat in de 15e eeuw werd hij in de adelijke kringen weer als groente herontdekt. Hij gold en geldt deels nog vandaag als een luxe groente. Geleidelijk aan werd er meer asperge geteeld en de werking als geneesmiddel werd minder gevraagd.

Vanaf de Middeleeuwen tot in Nieuwe Tijd was het trouwens gebruikelijk, de asperge met de handen te eten - het was ongemanierd om de asperge met het mes te snijden. Of het daaraan lag dat de asperge slecht geschild was of dat de messen konden roesten - deze tijden zijn nu voorbij; asperge mag men rustig met het mes snijden, net als de daarbij behorende aardappels.

Pruisische asperge-expert

Een buitenlandse koper uit Berlijn wilde eens van een Rheinländer weten, hoe men kan zien dat een asperge vers is. Als antwoord kreeg hij de volgende gebruiksaanwijzing: "Sla twee aspergestengels tegen elkaar. Als er een heldere toon te horen is, is hij vers."

Zo gezegd, zo gedaan. Onze kersverse aspergekenner ging dus naar de markt om de asperge te testen. Na de gebruikelijke vraag of de asperge vers is ("vanzelfsprekend!") nam hij twee dikke stengels asperge en sloeg ze tegen elkaar. De asperge brak. De marktkoopman, niet op zijn mondje gevallen, antwoordde: "Gefeliciteerd. U bent net de gelukkige eigenaar geworden van twee kers verse, licht beschadigde aspergestengels. Zal ik ze voor u inpakken?"

De afsluiting komt van een oude fränkische spreuk aan het einde van het asperge-seizoen:

"Kersen rood, asperge dood."